kroniek van een aangekondigde veroordeling
het verdict is gevallen: abdallah ait oud is schuldig bevonden aan de ontvoering, verkrachting en moord op de stiefzusjes stacy en nathalie. de veroordeling was geenszins een verrassing, maar dit proces zal om meerdere redenen in ons collectief geheugen gegrift staan. er zijn de duidelijke parellellen met één van de zwartere bladzijden uit de geschiedenis van ons land, met name de zaak dutroux. opnieuw werden verdwenen kinderen vermoord teruggevonden nadat ze in handen waren gevallen van een recidieve pederast. ook het proces zelf was uniek door de nooit eerder vertoonde hoeveelheid aangewend wetenschappelijk bewijsmateriaal, dat bovendien een doorslaggevende rol speelde in het bepalen van het antwoord op de schuldvraag. ik heb het volste vertrouwen in het werk van de wetenschappelijke onderzoekers, die deskundig de ontkenning als een leugen ontmaskerd hebben. desalniettemin stel ik me vragen bij de rol van de media in dit proces en de negatieve invloed die zij mogelijk hebben op de (algemene) perceptie van ons rechtssysteem.
dat de media een vette kluif had aan het proces ait oud is begrijpelijk: het verleden heeft zijn sporen nagelaten waardoor deze zaak in ons land met meer dan gewone aandacht werd bekeken. olivier martins, de advocaat van ait oud, hekelde in zijn slotpleidooi de onmogelijkheid van een sereen oordeel en verwees hierbij ondermeer naar de gelekte leugendetectortest van zijn cliënt. op de franstalige commerciële zender rtl-tvi werden beelden getoond van die test, die aantoonde dat ait oud over de hele lijn loog over zijn betrokkenheid bij de verdwijning van de meisjes. nochtans was dit bezwaarlijk nieuws te noemen, aangezien rtbf de resultaten van de leugendetectortest al in januari 2007, ruim een jaar voor de start van het assissenproces, wereldkundig had gemaakt. ook de talrijke forensische vaststellingen, die in de loop van het proces werden onthuld, waren voor niemand nog nieuw. iedereen wist bijvoorbeeld dat er haren van stacy in de onderbroek van ait oud gevonden waren.
de morgen geeft in dit verband blijk van enige kritische zin. jammer genoeg wordt dit niet verder uitgediept:
het assissenproces zal de geschiedenis ingaan als het eerste waarin wetenschappelijk onderzoek de doorslag heeft gegeven voor de schuldigverklaring. dat wordt althans verondersteld, want de juryleden moeten hun verdict niet motiveren. (de morgen, donderdag 12 juni 2008)
wellicht heeft het verplettende bewijs van het nicc (nationaal instituut voor criminalistiek en criminologie) de doorslag gegeven, maar toch kan ik de advocaat van de aangeklaagde tot op bepaalde hoogte volgen. hoewel naarmate het onderzoek vorderde, de schuldlast als een molensteen rond de nek van ait oud begon te hangen, juridisch gezien was hij onschuldig tot en met de uitspraak voor het hof van assissen. toch was de man op voorhand al veroordeeld door onthullingen in de media en tijdens het proces werd deze beeldvorming met volle kracht in stand gehouden door perslekken hier en daar en een nadrukkelijke focus op emotie.
hierbij kunnen twee vragen gesteld worden: zou het in het geval ait oud uitgemaakt hebben mocht de media een andere, meer discrete rol gespeeld hebben en is het van belang te weten hoe juryleden tot een oordeel gekomen zijn? in beide gevallen moet ik nee antwoorden. vooreerst spreken de wetenschappelijke bewijzen onmiskenbaar in het nadeel van ait oud, dus de schuldigverklaring is meer dan terecht. ten tweede hebben juryleden de plicht om onbevooroordeeld, los van bekende feiten – en los van het persoonlijk verleden van de beklaagde, iets waar ait oud tijdens het proces op wees – een beslissing te nemen over de schuldvraag en de strafmaat.
alleen stel ik me vragen bij de deontologie die in de media gehanteerd wordt. in het begin dat ait oud als een verdachte werd beschouwd, verscheen zijn foto paginagroot in bijna alle kranten. dit veroorzaakte even een opstootje rond het al dan niet gebruiken van het beruchte zwarte balkje. dit leek – en lijkt – immers in strijd met het recht op ‘vermoeden van onschuld’. de vraag die allerhande media zich zouden moeten stellen is of iemand herkenbaar afbeelden een meerwaarde is voor de berichtgeving. het antwoord mag dan al evident zijn, helaas blijkt dat ‘het beest een gezicht geven’ een adagium is waar zij zich achter scharen – en verbergen. en nee, het zwarte balkje zou de uitkomst van dit proces niet veranderd hebben. dat wil echter niet zeggen dat het gebrek aan één of andere ethische code niet mag aangehaald worden. persvrijheid is hier niet van toepassing, persverantwoordelijkheid zou een betere keuze zijn.
bovendien worden processen van deze omvang teveel vanuit het gezichtspunt van de slachtoffers verslagen. de aanwezigheid van de ouders van an en eefje op het proces was hier een veeg teken. dat dit tot nieuws gemaakt wordt, toont alleen maar meer aan dat emoties op de voorgrond geplaatst worden in de berichtgeving. wat begon als een zaak van onverantwoordelijke ouders die hun kinderen te laat buiten lieten spelen, eindigde als een proces waar een getormenteerde moeder, de foto van haar kind op schoot, eist te weten wat ait oud niet wil vertellen. het rechtssysteem krijgt op die manier een aura van pure volksverlakkerij, want het brengt uiteindelijk geen voldoeninggevende antwoorden.
bij het verzamelen van materiaal voor dit artikel, stootte ik op talloze fora, waar deze stelling beaamd werd met ongenuanceerde uitspraken over de doodstraf, wraak en hoogst medogenloze vergeldingen. u kent die uitspraken wel en u mag uzelf in slaap wiegen met de gedachte dat ze van een minderheid zijn: ik durf te stellen dat u het daar mis heeft. het oog-om-oog, tand-om-tand-principe leeft en kent volgens mij enkel een toename. terwijl je in onze geciviliseerde samenleving toch de omgekeerde beweging mag verwachten. dit is de macht van de media: door het overbelichten en niet-filteren van emotionaliteit is alle objectiviteit zoek geraakt en wordt recht herleid tot een soort ‘natuurlijk recht’ – natuurlijk in de zin van basaal en onbeschaafd. en wordt de rechtsgang meer en meer de slaaf van de eis om te voldoen aan dit wraakmechanisme.
dus ja meneer martins, u mag twijfelen over de sereniteit van het oordeel in uw proces. maar u zou zich beter zorgen maken over de hele rechtsgang.
ritic-us nieuwsbrief




rss (posts)
feedburner
laat ik eerst melden dat ik het waardeer dat je over dit onderwerp een artikel hebt geplaatst. ook mij stoort de rol die de media speelt in hun juridische verslaggeving, niet enkel daar. populisme en vervlakking lijken stilaan ook steeds meer in de ‘kwaliteitspers’ op te duiken. (maar hoe zou u natuurlijk zelf zijn: een bedrijf heeft slechts één oogmerk: winst maken, de media zijn geen liefdadigheidsinstellingen).
we hebben lang geleden het zeer terecht systeem het onze gemaakt waarin de verschillende machten van elkaar gescheiden zijn. misschien wordt het noodzakelijk om ook de pers te wijzen op haar inpakt bij rechtspraak. duidelijke deontologische afspraken zijn hoogstnoodzakelijk.
ik kan ook enkel beamen dat het rechtssysteem te vaak wordt verondersteld om de slachtoffers van hun wraakgevoelens te verlossen. daar waar zij slechts tot doel heeft een beklaagde al dan niet te veroordelen. een ontwrichte situatie, waardoor de perceptie van de mensen ten opzichte van het recht vaak verkeerdelijk naar het negatieve wijkt. wanneer de slachtoffers niet het gevoel hebben dat hun verdriet is afgekocht met de strafmaat van de veroordeelde zullen zij vinden dat het systeem faalt. het gaat hier echter geenszins om een systeem waar je over een noodzakelijk ‘evenwicht’ kunt spreken.
verder nog enkele bemerkingen:
1ste paragraaf: terug gevonden moet teruggevonden zijn, tenzij je bedoelt dat ze eerder reeds waren gevonden en daarna opnieuw.
je citeert uit de morgen van 12 juni: cursief?
waar verwijst dat citaat naar? (hun volgens u kritische zin). dat het proces (te) veel media-aandacht krijgt denk ik wanneer ik uw tekst volg. maar dat vind ik in het citaat niet terug.
je vraagt je af of het proces zonder de media-aandacht anders zou zijn verlopen. waarop je beweert neen te moeten antwoorden. hoe kan je dit zeker weten? je kan toch enkel vermoeden (terecht weliswaar).
6de paragraaf: waarom plaats je een streepje na scharen? daar is toch – in een samenstelling – niets weggelaten? (er is geen samenstelling van die aard)
in dezelfde paragraaf stel ik voor om persverantwoordelijkheidszin te gebruiken in de plaats van persverantwoordelijkheid.
dat het voor de rest puik geschreven is zal je zelf ook wel inzien!
keep up the good work
antwoord op dit commentaar