waarom onderdrukking van geen tel is

fragment uit persepolis

het hoofddoekendebat in gent blijft de gemoederen hier bij kritic-us beroeren. eerder zetten katelijne en dieter hun argumentatie al uiteen. zij vonden dat het hoofddoekendebat inhoudelijk meer moest uitgeklaard worden en trachtten met hun teksten hun tegenkanting tegen de gentse beslissing te staven. beiden zijn ervan overtuigd dat het argument ‘onderdrukking van de vrouw’ geen plaats heeft in dit debat. daarom volgend commentaar, door ons tot volwaardige tekst verheven, dat dit discussiepunt verder uitklaart. de auteur is prof. dr. rogier de corte.

argumentatief lijkt het niet correct te zijn een hoofddoekenverbod alleen of samen met andere argumenten te ondersteunen op de overweging dat het dragen van een hoofddoek de veruitwendiging is van de onderdrukking van de vrouw. zo men het dragen van een hoofddoek toelaat in de hypothese dat het een uiting van onderdrukking is, betekent het toelaten van de hoofddoek de acceptie van de onderdrukking.analyseert men dit argument dat betekent het:

  1. hoofddoeken worden wel toegelaten als ze uiting zijn van wat dan ook, dus ook een religie, maar geen onderdrukking impliceert
  2. om werkzaam te zijn in openbare ruimte dient dan op voorhand uitgemaakt te zijn wanneer het dragen van een hoofddoek onderdrukking is en niet – het moet een objectief criterium zijn dat gemakkelijk toepasbaar is.

deze analyse toont reeds het onwerkbaar karakter van dit criterium aan. zelfs als men aanneemt dat er gevallen zijn waarin het dragen van een hoofddoek een uiting is van onderdrukking – en dit is logischerwijs verwerpelijk – zijn er minstens evenveel (ik zou zeggen meer) gevallen waar het geen onderdrukking impliceert, maar enkel wijst op cultureel-religieuze
gebruiken: tulband van sikh, keppeltje van jood, kap van katholieke zuster, hoofddoek van moslima. het is onmogelijk uit te maken of het dragen discriminerend werkt, behoudens op individuele basis. dit is bijvoorbeeld het geval voor een volwassen moslima die volledig vrij de beslissing neemt een hoofddoek te dragen. hoe zou dit als onderdrukking kunnen bestempeld worden, zelfs wanneer haar motivering geworteld zou zijn in een godsdienst waar volgens ons de vrouw een ondergeschikte rol speelt?

prof. dr. rogier de corte
voorzitter wetenschappelijk comité “de juristenkrant” en “nieuw juridisch weekblad” (NjW)

commentaren

nog geen commentaren.

nieuw commentaar

naam (vereist)
e-mail (vereist - wordt niet getoond)
website
uw commentaar (kleiner | groter)
u kan html-code gebruiken in uw commentaar